Tagarchief: oven

Lekkere visschotel uit de oven

Met deze visschotel uit de oven maak je goede sier bij je vrienden, het is een ideale maaltijd voor doordeweeks, geweldig als restjeslunch en past binnen een krap budget (afhankelijk van de vis die je gebruikt). De visovenschotel is gemakkelijk voor te bereiden, bijvoorbeeld ’s ochtends of de dag ervoor. ’s avonds gooi je hem nog een half uur de oven in terwijl je ondertussen met je gezin de dag doorneemt en zonder stress zitten jullie netjes op tijd aan tafel.

Ik gebruikte voor deze schotel een puree van aardappel en bloemkool, in de winter heb ik altijd behoefte aan eten met wat meer ‘body’ daarom voegde ik wat aardappel toe. Je kunt de aardappel eenvoudig weglaten en uitsluitend bloemkoolpuree gebruiken, zoals ik in de zomer meestal doen, de schotel is dan ook nog eens low-carb. Ook heb ik tijdens de bereiding van dit recept wat geraspte kaas gebruikt, maar weggelaten uit het recept omdat het niet paleo is en ook niet noodzakelijk. Ik vind het gewoon lekker en kaas valt bij mij onder de 80/20 regel. Dus doe ook wat je zelf lekker vindt (en wat je kunt verdragen), zowel met als zonder kaas (en/of aardappel) is deze schotel super!

Visschotel uit de oven

Prep Time: 30 minutes

Cook Time: 30 minutes

Total Time: 1 hour

Yield: voor 4 personen

Visschotel uit de oven

Ingredients

  • 2 wortels ( of 1 grote winterpeen)
  • 1 kleine ui
  • 1 prei
  • 1/2 spitskool (of 1 kleintje)
  • 1 tl viskruiden (ik gebruik die van het Blauwe huis)
  • 1/2 tl zeepeterselie of nori-sprinkles (optioneel)
  • 400 gr zalmfilet of andere visfilet (bijvoorbeeld koolvis of kabeljauw)
  • 3 medium kruimige aardappels
  • 1 kleine bloemkool
  • 2 tenen knoflook
  • 50 gr grasboter
  • zout naar smaak

Instructions

  1. Schil de aardappels, was ze en snijd ze in vieren. Doe ze in een ruime pan met koud water, zout en de gepelde knoflook.
  2. Zet de aardappels op het vuur en breng aan de kook.
  3. Was ondertussen de bloemkool en snijd hem in roosjes.
  4. Wanneer het water van de aardappelen kookt voeg je de bloemkool toe en laat je alles op middelhoog vuur koken tot gaar.
  5. Schil de wortels en snijd ze in kleine blokjes.
  6. Snipper de ui.
  7. Was de prei en snijd het wit in halve ringen (de rest gebruik je niet).
  8. Was de spitskool, halveer hem in de lengte en snijd in dunne repen.
  9. Verhit 10 gram van de roomboter in een ruime koekenpan, bak hierin de groenten voor een minuut of 5 totdat de ui,de prei en de kool zacht is geworden.
  10. Bestrooi met de viskruiden, de zeepeterselie (als je die gebruikt) en zout naar smaak.
  11. Doe het groentemengsel in een ovenschaal.
  12. Leg er de ontdooide visflilets op. Let op! Wanneer je de ovenschotel voorbereid voor een later moment moet je de groenten eerst af laten koelen in de ovenschaal voordat de vis erop gaat.
  13. Wanneer de aardappels en bloemkool gaar zijn, giet je ze af.
  14. Pureer de aardappels met de bloemkool, de knoflook en de resterende 40 gram boter tot een glad mengsel (doe dit met de hand, geen staafmixer gebruiken want daar worden de aardappels net lijm van).
  15. Verdeel de puree over de visfilets in de ovenschotel. Ook hier geldt, wanneer de schotel niet gelijk in de oven gaat, eerst de puree af laten koelen.
  16. Zet nu de ovenschotel in een voorverwarmde oven op 180C voor circa 30 minuten. Of bewaar hem afgedekt in de koelkast tot gebruik.

Notes

Ook lekker; een beetje geraspte (parmezaanse of boeren-) kaas over de schotel strooien voordat het de oven ingaat. (niet paleo, wel primal).

https://leogoespaleo.nl/lekkere-visschotel-uit-de-oven/

Gevulde paprika’s

Al een tijdje probeer ik tevergeefs wat meer orgaanvlees toe te voegen aan ons wekelijkse eten. Op een of andere manier blijft het toch als laatste over in de vriezer. Inmiddels werd het echt weleens tijd er iets mee te gaan doen dus besloot ik mezelf en medebewoners te foppen en het door mijn gehakt te mengen naar goed idee van een Amerikaanse paleoblogger, ik weet zo snel niet meer wie :-s. Ik vond nog twee bijna verrimpelde paprika’s in mijn koelkast en vond het zonde ze weg te doen, ze waren in principe nog goed genoeg om te eten. Ik heb er met een verdwaalde courgette en een bakje kastanjechampignons een heerlijk gerecht mee gemaakt.  Je proeft en ziet er niets van, en dat is voor velen een bonus.

Ben je niet zo van de nachtschades? Dan kun je er met een kleine aanpassingen alsnog iets lekkers van maken; neem een ui om te vullen.

Ingrediënten

(voor 2 eters of voor 4 als bijgerecht)

4 rode paprika’s
100 gram kastanjechampignons, in kleine blokjes
100 gr spek
100 gr runderlever
100 gr rundgehakt
1 kleine courgette, in kleine blokjes gesneden
1 ui, gesnipperd
1-2 tenen knoflook, geperst
1 takje oregano, de blaadjes fijngehakt (of gebruik een tl. gedroogde oregano)
2 el. tomatenpuree
zout en peper naar smaak
boter of olie om in te bakken

Hak het spek met de lever fijn in een keukenmachine en meng het met het gehakt. Was de paprika’s, snijd het kapje ervan af en ontdoe de paprika van de pitjes. Bewaar de kapjes.

Verhit de boter of olie in een ruime koekenpan. Fruit hierin de ui met de champignons op middelhoog vuur, circa 5 minuten.

Voeg de tomatenpuree, gehakte courgette, gehakte oregano en geperste knoflook toe en roerbak totdat de courgette beetgaar is.

Schep het mengsel uit de pan en bewaar het even in een schaaltje.

Rul het gehaktmengsel in het overgebleven vet in de pan (door het spek heeft het vrijwel geen extra vet nodig). Bak het tot het bijna gaar is. Het gaart nog na en gaat vervolgens nog in de oven, dus het hoeft echt maar net bruin te zijn. Voeg het groentemengsel weer toe aan de pan en roer alles goed door. Breng op smaak met zout en peper en schep het mengsel in de opengesneden paprika’s.

Zet de paprika’s in een ingevette ovenschaal en doe de kapjes weer erop.

Je kunt de paprika’s nu in de koelkast bewaren tot gebruik of direct in de oven zetten om ze nog circa 20  minuten te baken (voorverwarmde oven op 180C). Wanneer je ze direct vanuit de koelkast in de oven zet kun je het beste 30 minuten aanhouden.

Bestrooi met wat peterselie of andere tuinkruiden en serveer. Lekker met een salade erbij.

Eet smakelijk!

Surinaamse bruine kip [zonder soja]

In de Surinaamse keuken wordt veel gebruik gemaakt van sojasaus en/of ketjap in marinades. Laat dat nu net niet paleo zijn ;-(. Gelukkig ontdekte ik een tijdje terug coconut amino’s; een redelijke paleo vervanging voor sojasaus. Een klein expiriment in de keuken resulteerde in dit gerecht. Paleo bruine kip, met Surinaamse invloeden. Dat het je maar mag smaken!

Voor de marinade

stukje steranijs (ca. 1/3)
8 piment bolletjes
paar zwarte peperkorrels
5 kruidnagels
1 bruine kardamom pod
2 flinke knoflooktenen
3 el coconut amino’s
1 el kokosolie, vloeibaar
zout naar smaak

voor de rest

4 kippepoten, in twee of meer stukken gehakt
1 grote diepvrieszak
aluminium folie
ovenschaal

Maal de specerijen fijn in een vijzel en knijp de knoflooktenen uit in een knoflookpers. Meng met de vloeibare kokosolie en de coconut amino’s. Wil je spicy chicken? Voeg dan nog een theelepel chilivlokken toe aan het geheel.

Doe de kipstukken in de plastic zak en overgiet met de marinade, ‘kneed’ en wrijf over de zak en de kipstukken om de marinade goed te verdelen.  Sluit de zak en leg in een ovenschaal. Laat de kip ca. 1 uur marineren, gewoon op het aanrecht. Je kunt de kip ook langer marineren, leg hem dan in de koelkast tot ca. 1 uur voor gebruik en vervolgens op het aanrecht.

Verwarm de oven voor op 180C. Bekleed een bakplaat met aluminiumfolie (optioneel, maar scheelt een hoop rommel). Schuif de bakplaat op de onderste richel in de oven, deze dient als lekbak. Leg de kipstukken op een rooster en bak de kip in het midden van de oven in ca. 45 minuten gaar en bruin. Iedere oven is anders en ook de grootte van de kipstukken is bepalend voor de duur van de garing. Houd daarom zeker de eerste keer je kipjes goed in de gaten. Wellicht zijn ze al eerder klaar of hebben ze juist nog 10 minuten langer nodig.

Leo goes Paleo collage kip

NOOT: maak meteen een dubbele hoeveelheid en geniet er twee dagen van, de volgende dag zijn ze namelijk nog lekkerder!

Bottenbouillon

Dit is toch wel een ‘staple’ binnen paleo. Het kost je minimaal 12 uur om goede bottenbouillon te bereiden, maar het is het echt waard om hier je zondag (of welke andere vrije dag dan ook) voor op te offeren zo nu en dan. Die 12 uur is trouwens geen ‘hands on’ tijd, je hebt alle gelegenheid om het huishouden te doen of een boek te lezen, je moet alleen wel thuis blijven omdat er een pan op het vuur staat (of zoals bij mij in de oven). Ik maak het liefst een dubbele hoeveelheid waar ik vervolgens gelijk fond van maak (door het op hoog vuur in te laten koken totdat de hoeveelheid gehalveerd is) zodat het me niet teveel opbergruimte kost.

Bottenbouilon is trouwens echt fantastisch. Naast dat het erg smakelijk is, bevat het enorm veel mineralen zoals calcium, magnesium en fosfor. Vooral deze mineralen komt de (beginnende) moderne paleo-er (dan bedoel ik diegene waarbij het regelmatig eten van orgaanvlees, merg en botten nog niet zo in ere is hersteld,en dan bedoel ik dus ook mijzelf 🙂 but I’m working on it) nog weleens tekort. Je kunt natuurlijk bergen groenten en fruit eten, maar onze genetische voorouders haalden het meerendeel van hun vitaminen volgens mij echt uit (orgaan)vlees en andere dierlijke producten, daar raak ik steeds meer van overtuigd en ik heb iemand gevonden die deze gedachte deelt en tevens kan ondersteunen met bewijs (of eigenlijk gebrek aan bewijs van het tegenovergestelde).

Maar bottenbouillon is niet alleen fantastisch vanwege de mineralen, dit zullen de vrouwen onder ons geweldig vinden, door regelmatig bottenbouillon te nuttigen blijft je huid soepel, strak en stevig, maar ook striae kan door het regelmatig gebruik van bottenbouillon (deels) voorkomen worden. Hoe dan? Door de ruim aanwezige collageen in bottenbouillon. Zeker aan te bevelen dus wanneer je zwanger bent.

TIP:  Azijn wordt toegevoegd aan het water om nog beter de mineralen aan de botten te onttrekken. Je kunt het azijn weglaten, maar om de hiervoor vermelde reden zou ik het niet aanbevelen. Let op, niet iedere azijn is hetzelfde. Om er zeker van te zijn dat je azijn inderdaad ervoor zorgt dat de mineralen uit het bot worden onttrokken kun je als test een rauw ei in een glas met azijn zetten (het ei moet ondergedompeld zijn). Na een dag zou de schaal (voor een groot deel) opgelost moeten zijn, anders heb je te maken met een placebo azijn 🙂 en heeft het dus geen zin om die azijn toe te voegen voor een mineraalrijke bouillon.

Bottenbouillon

ca. 1 kilo botten, kies botten van bijvoorbeeld lam, rund of kippen
1-2 el azijn (ik gebruik biologische natuurtroebele appelazijn) voldoende water om de botten net onder te laten staan (ik gebruik evian, ca 3 liter, afhankelijk van de grootte van de pan)
1 prei, in vier stukken
2 wortels, in grove stukken
1 ui, in vier stuken
een paar (6) peperkorrels
twee laurierblaadjes
1 takje tijm
2-3 takjes bladselderij
1 el. (ongeraffineerd) zout, of naar smaak

evt. wat soepvlees (zie aanvulling onderaan deze post)

een grote soeppan
voldoende potjes om je fond in te bewaren

 

Waarom gebruik ik mineraalwater? Je kunt natuurlijk gewoon kraanwater gebruiken. Echter ons drinkwater wordt niet volledig gefilterd, er blijven nog redelijk wat resten van medicijnen achter in het water en daarom gebruik ik voor soepen en bouillons liever mineraalwater.

Gebruik je kippenbotten, kies dan voor botjes met vel (die kleine vleugeltjes zijn ideaal), door het vel krijg je een geweldige gelatinerijke bouillon.

Nog een laatste tip, het is erg belangrijk dat je de botten lang laat trekken. Ik heb de eerste keer dat ik bottenbouillon maakte de botten maar zo’n acht uur laten trekken, maar dat leverde naast een smaakvolle bouillon geen gelatineachtige substantie op na het afkoelen. En juist die gelatine heeft dat geweldige collageen in zich.

Leo goes paleo bone broth bouillon oven schuim potjes

De bottenbouillon bereiden

Doe alles in een grote soeppan, de botten moeten net onder water staan. Zet de pan op het vuur en breng aan de kook. Alhoewel dit niet noodzakelijk is, geven sommige mensen er de voorkeur aan het schuim eraf te scheppen. Als je dat wil kun je dat nu doen.

Vervolgens heb je meerdere mogelijkheden. Je kunt de bouillon op een laag pitje laten pruttelen op het fornuis maar je kan de pan ook in een voorverwarmde oven zetten en de bouillon daar laten trekken. Ikzelf kies vaak voor de laatste optie, ik heb een inductie kookplaat en denk dat een oven minder energie verbruikt.

Methode 1 (fornuis)

Draai het vuur op de laagste stand (of indien dat te zacht is ietsje hoger) en laat nu de bouillon minimaal 12 uur zachtjes pruttelen. Het is niet de bedoeling dat het kookt, er moet alleen af en toe een belletje naar boven komen. Na minimaal 12 uur draai je het vuur uit. Zeef de bouilon en giet hem over in (eventueel gesteriliseerde) potjes en/of ijsblokjeszakjes. Deze laatste is handig voor wanneer je maar een klein beetje bouillon nodig hebt (voor bijvoorbeeld in sauzen). De potjes kun je wecken, inmaken of in de vriezer bewaren. In de koelkast is de bouillon een paar dagen houdbaar.

Methode 2 (oven)

Verwarm, wanneer de bouillon op het vuur aan de kook gebracht wordt, een oven voor op 100C. Zodra de bouillon kookt zet je de pan in de oven en laat je hem minimaal 12 uur in de warme oven staan. Na de minimale 12 uur haal je de pan uit de oven. Zeef de bouilon en giet hem over in (eventueel gesteriliseerde) potjes en/of ijsblokjeszakjes. Deze laatste is handig voor wanneer je maar een klein beetje bouillon nodig hebt (voor bijvoorbeeld in sauzen). De potjes kun je weckeninmaken of in de vriezer bewaren. In de koelkast is de bouillon een paar dagen houdbaar.

Methode 3 (slowcooker)

Tegenwoordig (sinds 2014) gebruik ik eigenlijk alleen nog deze methode. Plaats voor deze methode alle ingrediënten in de schaal van je slowcooker, zorg ervoor dat de botten net onder staan. Zet de slowcooker op stand ‘low’ en laat hem voor minimaal 24 uur het werk doen. Ik geef zelf de voorkeur aan 36 uur, maar 24 is in principe voldoende. Hoe langer je de bouillon laat trekken hoe gelatinerijker je bouillon. Giet na de bereiding de bouillon door een zeef en giet het in potjes of bakjes en verwerk zoals hierboven in de andere methodes beschreven.

AANVULLING NOV 2015

Met de jaren heb ik mijn receptuur telkens een beetje aangepast en na het teruglezen laatst zag ik dat de ingrediëntenlijst wel erg afweek van wat ik tegenwoordig gebruik, daarom heb ik de ingrediënten heb ik aangepast naar de manier waarop ik tegenwoordig de bouillon maak. Met deze ingrediënten is de geur in huis minder sterk. Verder gebruik ik tegenwoordig vrijwel altijd een stukje vlees in de bouillon, de smaak wordt er een stuk lekkerder door. Bij runderbottenbouillon voeg ik een schenkel toe, bij kippenbouillon een halve soepkip, bij hertenbouillon een stuk schenkel net als bij lamsbouillon. Het vlees kun je achteraf niet meer gebruiken, de smaak is er volledig uitgetrokken en opgenomen in de bouillon.

Ben je een beginner, kies dan kippenbouillon, dat is het minst sterk van smaak, voeg bij kippenbouillon ook zeker de huid van de kip toe, de bouillon wordt vetter (maar het vet kun je er later afscheppen als je dat wilt) maar ook gelatinerijker (collageen!!) en daar doen we het voor (samen met de mineralen).